Blog - Zzp'er vogelvrij?
Geplaatst op: woensdag 30 september 2009 om 23:41
Velen denken dat het arbeidsrecht - en de bescherming die het arbeidsrecht biedt (bijvoorbeeld bij ontslag en ziekte) - geen enkele rol speelt tussen de zzp’er en zijn opdrachtgever. Dit is een misvatting.
1. opdracht wordt gezien als arbeidsovereenkomst
Met regelmaat roept een zzp’er de bescherming in van het arbeidsrecht. Bijvoorbeeld bij ziekte. Een werknemer heeft bij ziekte recht op twee jaar doorbetaling van loon. Een zzp’er heeft bij ziekte geen wettelijk recht op doorbetaling en tijdens ziekte vaak dus geen inkomsten. Zzp’ers stellen om die reden wel dat de opdrachtovereenkomst moet worden gezien als een arbeidsovereenkomst. Ook als de opdrachtgever de overeenkomst beëindigt, stelt een zzp’er geregeld dat hij moet worden gezien als werknemer en dus ontslagbescherming geniet. Beide standpunten kunnen sterker zijn dan het misschien lijkt. De zzp’er wordt bijvoorbeeld geholpen door een rechtsvermoeden. Vermoed wordt dat er een arbeidsovereenkomst bestaat als iemand gedurende drie opeenvolgende maanden tegen beloning voor een ander arbeid verricht. Dat is bij opdrachten aan zzp’ers vaak het geval. De opdrachtgever moet vervolgens tegen(deel)bewijs leveren, dus bewijzen dat er een opdrachtovereenkomst bestaat. De rechter kijkt daarbij onder meer naar de bedoeling van partijen en de feitelijke uitvoering van de overeenkomst.
Voorbeeld
Vijf freelancers werken als redacteuren voor een radioprogramma van de Avro. Deze redacteuren:
-
verrichten hun werkzaamheden onder toezicht van een bij de Avro werkzame functionaris;
-
zijn verplicht de dagelijkse redactievergaderingen bij te wonen, waar de aard en inhoud van de werkzaamheden worden bepaald;
-
hebben vaste werktijden;
-
krijgen een maandelijkse beloning en doorbetaling van vakantiedagen;
-
zijn beperkt in het zich binden aan andere opdrachtgevers.
Problemen tussen de redacteuren en de presentatrice leiden ertoe dat de Avro de overeenkomsten met de redacteuren beëindigt. Voor de vraag gesteld of sprake is van een overeenkomst van opdracht of van een arbeidsovereenkomst, kiest de rechter - vanwege de hiervoor genoemde factoren - voor het laatste. De redacteuren worden in dit geval dus beschermd door het arbeidsrecht (ontslagrecht). Dat brengt in dit geval mee dat de Avro niet had moeten vragen weer met de presentatrice samen te werken. De redactieleden hadden daarom niet wegens werkweigering op staande voet mogen worden ontslagen en de Avro moet loon betalen.
2. geen arbeidsovereenkomst, wel een arbeidsverhouding
Ook als toch sprake is van een opdrachtovereenkomst, kan het arbeidsrecht een rol spelen. Zo is soms voor het beëindigen van een opdrachtovereenkomst een ontslagvergunning nodig. Ontslagvergunningen hoeven niet alleen te worden gevraagd voor het opzeggen van een arbeids-overeenkomst, maar ook als er geen arbeidsovereenkomst bestaat maar wel een arbeidsverhouding. Van een dergelijke arbeids-verhouding tussen een opdrachtgever en een ZZP’er kan sprake zijn als iemand:
-
persoonlijk arbeid verricht;
-
hij dit in de regel niet voor meer dan twee andere opdrachtgevers doet;
-
hij zich niet door meer dan twee anderen laat bijstaan;
-
de arbeid voor hem niet slechts een bijkomstige werkzaamheid is.
Het traject voor het verkrijgen van een ontslagvergunning neemt in de praktijk al snel 8-10 weken in beslag en dan kan de opdrachtgever pas opzeggen. Het is overigens niet altijd zo dat de opdrachtgever ook daadwerkelijk toestemming krijgt om op te zeggen.
Voorbeeld
Anne Scheepmaker heeft 20 jaar voor de NRC recepten geschreven. Mevrouw Scheepmaker kreeg op basis van facturen achteraf steeds een bedrag betaald per geschreven recept. Zij was grotendeels vrij in de manier waarop zij haar opdracht vervulde. Per 1 januari 2009 werd mevrouw Scheepmaker bedankt voor haar diensten. Haar recepten werden niet langer door de NRC gevraagd. Mevrouw Scheepmaker liet zich niet zomaar wegsturen. Zij stelde dat daarvoor dan wel een ontslagvergunning nodig was. De NRC had geen ontslagvergunning aangevraagd, dus vernietigde mevrouw Scheepmaker de opzegging en stelde ze dat de NRC haar gewoon moest blijven betalen.
De rechter oordeelde dat er geen arbeidsovereenkomst bestond, maar - binnen de opdrachtovereenkomst - wel een arbeidsverhouding:
-
zij moest haar recepten persoonlijk schrijven;
-
zij werkte niet voor meer dan twee andere opdrachtgevers;
-
zij liet zich niet door meer dan twee anderen bijstaan;
-
de werkzaamheden waren niet bijkomstig, nu voldoende aannemelijk was dat zij haar inkomsten in overwegende mate uit haar werkzaamheden voor de NRC heeft gegenereerd.
Omdat sprake is van een arbeidsverhouding, is een ontslagvergunning nodig. Nu er geen ontslagvergunning is en de opzegging om die reden is vernietigd, moet de NRC “loon” doorbetalen.
Meer informatie? Zie www.alexadvocatuur.nl »
